Reportage: Parlementslid Malalai Joya hekelt de presidentsverkiezingen in haar land

Door: Andrea Dijkstra, De Pers, 24 augustus 2009

Malalai Joya
Malalai Joya: ‘Buitenlandse militairen kunnen geen democratie brengen.’ Foto: Jeroen van Loon

De Afghaanse verkiezingen kennen nog geen winnaar. Volgens Malalai Joya, parlementslid in verdrukking en moedig strijdster voor vrouwenrechten, is die er ook niet. ‘Het is een poppenkast.’

Mijn hoofddoek plakt tegen mijn voorhoofd. Al zeker tien minuten staan we met de taxi te wachten op een zanderige open plek in een buitenwijk van Kabul. Dan komt een man in een witte auto aanrijden die ons wenkt hem te volgen. In een carport verwelkomen twee glimlachende Afghanen met mitrailleurs ons. Om het huis staan nog vier zwaar bewapende mannen. Nadat onze tassen zijn doorzocht, mobieltjes, camera en taperecorder even zijn aangezet en alle dertig balpennen zijn uitgetest, mogen we naar binnen.

Daar zit Joya, in kraakwitte, Indiaas uitziende kleding, 31 jaar en amper 1 meter 60. De Afghaanse krijgsheren in het parlement kunnen haar bloed wel drinken. Joya heeft al jaren zware kritiek op hen, en dat zijn ze niet gewend, zeker van een vrouw. Zo eist ze dat meerdere parlementariërs, voormalige moedjahedien, worden veroordeeld voor oorlogsmisdaden. De mannen vochten in de jaren ‘80 tegen de Russen, maar maakten in de aansluitende burgeroorlog vermoedelijk duizenden burgerslachtoffers.

Beesten

Met haar ferme uitspraken maakt Joya veel vijanden. Zo heeft ze al vier aanslagen overleefd en wisselt ze al jaren dagelijks van safehouse. In 2007 heeft het parlement haar voor de rest van haar termijn geschorst, omdat ze sommige collega’s vergeleek met beesten. Met steun van mensenrechtenorganisaties vecht ze sindsdien voor haar terugkeer. De schorsing en doodsbedreigingen snoeren de iele Joya allerminst de mond. Zo heeft ze geen goed woord over voor de verkiezingen van afgelopen donderdag. Ze heeft dan ook niet gestemd. ‘Dan zou ik aan mijn volk het signaal afgeven vertrouwen te hebben in deze verkiezingen’, betoogt ze met plotselinge felle stem. ‘De stem van de mensen speelt geen enkele rol. De president is allang gekozen achter de deuren van het Witte Huis. Ook is er overduidelijk gefraudeerd. Zo bleek de inkt eenvoudig van de wijsvinger af te poetsen en geven presidentskandidaten zelf toe fraude te vermoeden. In een land dat wordt geregeerd door krijgsheren, buitenlandse troepen, taliban en drugskoningen kun je ook moeilijk verwachten dat democratische verkiezingen mogelijk zijn. Het is namelijk niet belangrijk wie er stemt. Het is belangrijk wie er telt.’

Deze verkiezingen zullen volgens haar dan ook niets veranderen. ‘Alle kandidaten doen dezelfde zoet klinkende beloften, net als Hamid Karzai deed tijdens de verkiezingen in 2005. Maar hij heeft de mensen vervolgens bedrogen door allianties te sluiten met warlords en fundamentalisten. Ook andere kandidaten zullen dit doen onder de druk van de VS. Mocht Karzai winnen, dan stort Afghanistan zich nog dieper in de neergaande spiraal van geweld. Bovendien heeft hij met het doorvoeren van vele vrouwonvriendelijke wetten de Afghaanse vrouwen verkocht, in ruil voor de steun van fundamentalisten.’

Dreigement

Ook in Karzai’s belangrijkste opponent, dr. Abdullah Abdullah, heeft ze weinig vertrouwen. ‘Hij heeft campagne gevoerd met geld van het Iraanse regime. Daarnaast dreigt hij samen met zijn bondgenoten van de Noordelijke Alliantie onrust te stoken, mocht hij niet winnen. Met dit verschrikkelijke dreigement herinnert hij mijn volk aan het ongeremde geweld tijdens de burgeroorlog in de jaren negentig.’

President Barack Obama maakt volgens Joya dezelfde fout als zijn voorganger George Bush door meer troepen te sturen. Ze meent dat alleen terugtrekking van alle buitenlandse soldaten een oplossing dichterbij brengt. ‘Onze geschiedenis toont aan dat buitenlandse militairen geen democratie en mensenrechten kunnen brengen. Alleen Afghanen kunnen het verschil maken.’